Rijden en diabetes

Rijden en diabetes

 

Als huisartsen van deze praktijk vinden wij het belangrijk u goed voor te lichten over het rijden en het hebben van diabetes.

We proberen u in deze brief uitleg te geven en maken gebruik van verwijzingen voor uitgebreidere informatie.

 

 

Kan ik rijden met diabetes?

 

Over het algemeen kunnen mensen met diabetes mellitus prima rijden.

Dit geldt zowel voor mensen met DM type 1 als voor mensen met DM type 2.

 

Maar er zijn ook risico’s.

Mensen die medicijnen gebruiken die hypo’s kunnen veroorzaken, hebben de meeste kans op onveilige situaties in het verkeer. Denk hierbij aan insuline en aan de su-derivaten zoals bijv. tolbutamide en gliclazide.

Daarnaast kunnen complicaties aan ogen, bloedvaten of zenuwen gevaren opleveren tijdens het rijden.

 

Het is belangrijk dat u zelf kunt inschatten welke risico’s u loopt in het verkeer want de gevolgen van diabetes zijn bij iedereen anders. En iedereen reageert anders op medicatie. Mogelijk verschilt dat zelfs per moment. Daarom vragen we mensen in Nederland die een rijbewijs halen, beroepschauffeur zijn of ouder dan 75 jaar zijn om een Gezondheidsverklaring in te vullen. Maar ook als u een rijbewijs heeft, is het verstandig om met uw huisarts of praktijkondersteuner te bespreken of u veilig kunt rijden. Zeker als u last heeft van ernstige hypo’s, of hypo’s niet goed voelt aankomen. Of bijvoorbeeld als u merkt dat u slechter gaat zien.

 

Wanneer beoordeelt het CBR of u veilig kunt rijden?

 

Het CBR beoordeelt in 2 situaties of u veilig kunt rijden:

-        Als u voor het eerst rijexamen doet en als u uw rijbewijs verlengt. U krijgt daar vanzelf bericht over nadat u uw theorie-examen heeft gehaald of nadat u uw nieuwe rijbewijs heeft aangevraagd. Het CBR vraagt u daarom een Gezondheidsverklaring in te vullen. Op de Gezondheidsverklaring geeft u aan dat u diabetes heeft. 

-        Als u diabetes krijgt als u al een rijbewijs heeft, hoeft u het CBR dat niet altijd direct te laten weten. Het is wel belangrijk dat u zelf goed kunt inschatten welke risico’s u loopt.  Bij twijfel kunt u het CBR vragen om te bepalen of u veilig kunt rijden.

 

Wanneer kan ik rijden met diabetes?

 

Over het algemeen kunt u veilig rijden als u geen ernstige hypo’s heeft, of als u hypo’s goed voelt aankomen en u goed met hypo’s kunt omgaan. En als u onbeperkt en goed kunt zien, en geen problemen heeft met uw bloedvaten of zenuwen die het rijden kunnen beïnvloeden.

 

U kunt uw situatie altijd met uw huisarts of praktijkondersteuner bespreken. Als u de regels wilt nalezen, kunt u paragraaf 5.2 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 bekijken (https://wetten.overheid.nl/BWBR0011362/2018-07-01).

 


 

Wat is het resultaat van de beoordeling door het CBR?:

 

-        U bent rijgeschikt:

U bent rijgeschikt als de gevolgen van uw diabetes geen gevaren opleveren tijdens het rijden. U krijgt uw rijbewijs minimaal voor 1 jaar en maximaal voor 5 jaar. Hoe lang uw rijbewijs geldig is, hangt af van uw situatie. Bijvoorbeeld of u last heeft van hypo’s, en of u andere problemen heeft als gevolg van diabetes.

-        U bent niet rijgeschikt

Soms zijn de gevolgen van diabetes zo ernstig dat u niet meer veilig kunt rijden. U kunt dan geen rijbewijs aanvragen of verlengen. Het kan zijn dat uw medische situatie in de loop van de tijd positief verandert. Bijvoorbeeld als u beter leert omgaan met hypo’s. U kunt veranderingen in uw situatie altijd bespreken met uw arts of diabetesverpleegkundige. Zij kunnen inschatten of een nieuwe beoordeling zinvol is.

 

Groot rijbewijs:

 

Voor het besturen van een vrachtwagen of bus gelden er strengere regels. Als u geen medicijnen gebruikt die hypo’s kunnen veroorzaken, en geen complicaties heeft als gevolg van diabetes aan ogen, bloedvaten of zenuwen, dan kunt u telkens worden goedgekeurd voor maximaal 3 jaar.

Als u wel medicijnen gebruikt die hypo’s kunnen veroorzaken, dan kunt u meestal gewoon veilig rijden. Dit is het geval als u:

  • geen ernstige hypo’s heeft gehad in het afgelopen jaar;
  • de risico’s van een hypo kent;
  • hypo’s goed voelt aankomen en hierbij uw bloedglucosewaarde op peil kan brengen;
  • de bloedglucosewaarde minstens twee keer per dag en op relevante momenten controleert;
  • de bloedglucosewaarde controleert in pauzes tijdens een rit;
  • geen ernstige complicaties heeft als gevolg van diabetes.

 

Blijf hier dus alert op. En bespreek bij twijfel met uw huisarts of een nieuwe beoordeling nodig is.

 

 

Wilt u nog meer willen lezen over rijden met diabetes,  gezondheidsverklaring/diabetes mellitus-formulier of geldigheid rijbewijs kijk dan op de website van Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen: https://www.cbr.nl/nl/rijbewijs-houden/nl/hoe-kan-ik-rijden-met/diabetes/kan-ik-rijden-met-diabetes.htm

 

Indien u nog vragen heeft, adviezen wilt of graag wil bespreken wat bovenstaande informatie voor invloed is op uw persoonlijke situatie, neem contact op met uw huisarts of praktijkondersteuner. Zij staan u graag te woord. 

 

 

Huisartsen, huisartsenpraktijk Schaijk

 

 

 

 

Tips voor het rijden

 

Veilig de weg op is belangrijk voor u en uw mede weggebruikers. 

Om u daarbij te helpen, zetten we hier een aantal tips op een rij.

 

Wat kan ik doen om veilig te rijden met diabetes?

  • Bespreek het rijden met uw arts of diabetesverpleegkundige. Zij kunnen u helpen om in te schatten of het veilig is om de weg op te gaan. En of het misschien verstandig is om een beoordeling te vragen aan het CBR.
  • Leer hypo’s herkennen. Een hypo is bij iedereen verschillend. Maar meestal kunt u hypo’s herkennen aan bleek worden, zweten, trillen, wazig zien, een hongergevoel en hartkloppingen.
  • Probeer hypo’s te voorkomen door regelmatig uw bloedglucosewaarde te controleren.
  • Zorg dat u de juiste materialen meeneemt tijdens een rit:

-        uw prikpen, bloedglucosemeter en teststrips. Daarmee kunt u zelf uw bloedglucosewaarde controleren.

-        Een flesje energiedrank. Deze drankjes verhogen snel uw bloedglucosewaarde. Leg het drankje binnen handbereik.

-        Uw diabetespas en medicijnkaart. Berg deze op bij uw rijbewijs of in uw portemonnee.

-        Uw mobiele telefoon.

-        Als u insuline gebruikt: uw insulinepen en eventueel glucagon.

 

Wat kan ik doen voordat ik ga rijden?

  • Meet uw bloedglucosewaarde voordat u gaat rijden. Zorg dat die tussen de 6 en 12 millimol per liter is. Heeft u lang niet gegeten? Meet uw bloedglucosewaarde dan 2 keer: een half uur voor vertrek en vlak voordat u gaat rijden. Zo ziet u of de waarde daalt.
  • Als uw bloedglucosewaarde te laag is vlak voordat u gaat rijden, eet of drink dan bijvoorbeeld druivensuiker, limonadesiroop of frisdrank. Eet daarna direct een boterham of andere traagwerkende koolhydraten om de bloedglucosespiegel op peil te houden.
  • Rijden er mensen met u mee? Vertel ze dan dat u diabetes heeft, hoe ze een hypo kunnen herkennen en wat ze kunnen doen als u een hypo krijgt.

 

Welke situaties verstoren mijn bloedglucosewaarde?

  • Rijden. Omdat rijden veel concentratie kost, kunnen uw bloedglucosewaarden dalen.
  • Een zware verkoudheid of griep verhoogt de bloedglucosewaarde.
  • Stress en emoties. Meestal verhogen die uw bloedglucosewaarde.
  • Temperatuurschommelingen.
  • Een onregelmatig leef- en eetpatroon.
  • Lichamelijke inspanning. Uw bloedglucosewaarde wordt hierdoor lager.
  • Een verandering in uw medicatie.
  • Is één of meer van deze situaties op u van toepassing? Bereid dan u extra goed voor op uw rit. En bedenk goed of het wel verstandig is om te gaan rijden.

 

Waar kan ik op letten tijdens het rijden?

  • Neem minimaal elke 2 uur pauze tijdens het rijden.
  • Controleer dan ook uw bloedglucosewaarde.
  • Zorg dat deze waarde tussen de 6 en 12 millimol per liter is, voordat u weer gaat rijden.

 

Wat doe ik als ik een hypo voel aankomen tijdens het rijden?

  • Eet of drink meteen iets met snelwerkende koolhydraten, zoals druivensuiker, limonade of frisdrank.
  • Stop daarna zo snel mogelijk op een veilige plek. Op snelwegen is dit bijvoorbeeld bij een tankstation, wegrestaurant of parkeerplaats.
  • Staat u op een veilige plek? Meet dan uw bloedglucosewaarde. Als het nodig is, eet dan een boterham of andere traagwerkende koolhydraten.
  • Meet uw bloedglucosewaarde nog een keer voordat weer gaat rijden.
  • Rijd pas verder als uw bloedglucosewaarde tussen de 6 en 12 millimol per liter is.  

Contact

Spoednummer 0486-462044-kies1
 

Huisartsenpraktijk Schaijk

Bossestraat 2
5374 HT Schaijk
Telefoon:
0486-462044
Receptenlijn:
0486-460006
KvK:
17 25 16 06 00 00
Bankrekeningnummer:
NL40RABO0100971970
Routebeschrijving >